Teams & Locaties

Verbouwing Huis aan de Dijk

De verbouwing is begin juli gestart en duurt tot ongeveer eind september. De activiteiten gaan tijdens de verbouwing gewoon door. Bijvoorbeeld in de sportzaal.

Ouderenpsychiatrie
In Huis aan de Dijk bieden we psychiatrische zorg aan mensen boven de 65 jaar oud. Lees meer over deze locatie, gevestigd op het terrein van Brinkgreven in Deventer.

Speldenprikjes

De eerste echte rTMS liet gelukkig niet zolang wachten, als de blog hierover. Gelukkig niet zeg! De zenuwen voerden al dagen de boventoon in mijn lijf en gedachten. Na het gesprek met de psychiater, stonden we in een gang te wachten. De deur van de behandelkamer ging open en daar werd ik welkom geheten in de ruimte waar ik nog veel uurtjes zou doorbrengen.

Een smal kamertje, met in het midden de behandelstoel. Een ding was zeker: dat was mijn plek. Toch bleef ik nog afwachtend staan tot ik instructie kreeg. Een gevoel van afhankelijkheid, weerzin en licht enthousiasme mengde zich in mijn buik. De verpleegkundige, eentje van mijn leeftijd, gaf aan dat we konden gaan zitten en begon te vertellen wat me te wachten staat.

Kapje
Mijn hoofdomtrek werd gemeten en naast een haarnetje kreeg ik een prachtig exemplaar op mijn hoofd, met kleurtjes als land marks. Of brain marks.

Drempelwaarde
Het hersengebied wat bereikt moet worden ligt onder een motorisch gebied. De plaats en drempelwaarde wordt bepaald door met het apparaat pulsen te geven en daarbij beweging van de rechterhand te zien. Verwachtingsvol naar je eigen hand kijken om onwillekeurig bewegingen op te merken, is best grappig om een keer mee te maken.

Die waarde x 1,2 = de drempelwaarde voor de rTMS. Dan zit je qua afstand precies in het goede gebied. Het hersengebied wat bereikt wordt is ca. 5 cm lang en 2 cm breed.

En zo werd het apparaat voor de eerste keer ingesteld. 75 x 40 impulsen zouden in een vast ritme op mij afgevuurd worden, aangekondigt met piepjes voor elke reeks.

De eerste behandeling vond ik heftig. Je kunt je daar ook niet op voorbereiden, ik heb het over me heen laten komen. Opgestaan met behoorlijke hoofdpijn, precies in het gebied van de rTMS voelden de impulsen als speldenprikjes in mijn hoofd. Ondertussen werd ik goed in de gaten gehouden door mijn man en de verpleegkundige, die me gelukkig afleidden. Daarna naar mijn appartement en onder de wol, zo moe was ik.

Volgende week meer over de behandelingen van de eerste weken, zijn ze te verdragen of blijft het pijnlijk en intensief?

 

Artikeldatum

Zelfmanagement en zelfregulatie in de psychiatrie

In december 2020 is een special issue in Philosophy, Psychiatry & Psychololgy (PPP) uitgekomen over zelfmanagement in de psychiatrie, waaraan Gerrit Glas (als auteur) en Derek Strijbos (als auteur en gastredacteur) hebben bijgedragen.

Gerrit heeft met Roy Dings een artikel geschreven over de rol van zelfmanagement in het reduceren van zgn. ‘self-illness ambiguity’, het fenomeen dat patiënten kunnen worstelen met de vraag wat hoort ‘bij de stoornis’ en wat bij henzelf als persoon.

Derek schreef met Marc Slors een artikel over de vraag wat het begrip 'management' in ‘zelfmanagement’ nu precies kan betekenen. Ze pleitten voor een onderscheid tussen zelf-controle en zelf-facilitering, dat praktische handvatten biedt voor behandeling.  

Hieronder de link van het journal:

https://muse.jhu.edu/issue/43350

Dimence sinds kort lid van Korsakov Kenniscentrum (KKC)

Het Korsakov Kenniscentrum (KKC) zet zich in om de zorg voor de Korsakov patiënten verder te verbeteren. Dit doen zij door de uitwisseling van kennis en ervaringen mogelijk te maken onder haar 35 leden, maar ook door nieuwe inzichten uit (wetenschappelijk) onderzoek te delen.

In de vorm van de Korsakov Academie ondersteunt het KKC het in de praktijk brengen van wetenschappelijk onderzoek. Ook blijft het KKC de ‘Korsakov vraagbaak’ voor professionals en organisaties.

Kom meer te weten over het Korsakov Kenniscentrum.

Wat is Korsakov?
Korsakov, ook wel het syndroom van Korsakov genoemd, is een aandoening als gevolg van een ernstig gebrek aan vitamine B1. Meestal is sprake van chronisch, langdurig alcoholmisbruik, waarbij langere tijd niet of slecht wordt gegeten. Hierdoor ontstaan beschadigingen in de hersenen die gepaard gaan met ernstige cognitieve stoornissen. De belangrijkste klacht bij het syndroom van Korsakov is vergeetachtigheid. De kans is groot dat jij deze klachten en veel van de andere symptomen van Korsakov zelf niet ervaart. Maar de mensen in je omgeving wel.

Lees meer over het syndroom van Korsakov.

The SPAA Study

Onderzoekers van Transfore, Dimence en het Erasmus MC hebben enige tijd geleden binnen het Specialistisch Centrum Ontwikkelingsstoornissen en de verschillende Teams Ontwikkelingsstoornissen het onderzoeksproject The SPAA Study uitgevoerd. Hierin hebben zij uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijke associatie tussen zintuiglijke prikkelverwerkingsproblematiek en verschillende vormen van agressief gedrag bij volwassenen met een autismespectrumstoornis. Onlangs zijn de resultaten gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Brain Sciences. Via de volgende link is het abstract te lezen en is ook het volledige artikel in pdf te downloaden: https://www.mdpi.com/2076-3425/11/1/95

Een leven als KOPP-kind: 'Ik sliep opgerold aan het voeteneind van mijn bed'

Ingrid wordt geboren als oudste van een onverwachte tweeling. Haar broer verschijnt een half uur na haar. Vanaf vrijwel de eerste dag is de gezinssituatie ongezond. Alles wat niet loopt zoals gepland kan agressie opwekken bij Ingrid’s vader. Bijvoorbeeld knoeiende kinderen. “Mijn moeder besloot ons vervolgens buiten zijn zicht eten te geven. Deze strategie van afzondering heeft mijn moeder altijd gevoerd”, aldus Ingrid over haar jongste jaren. Waar je zou verwachten dat een moeder in een dergelijke situatie voor de kinderen kiest en vertrekt, doet Ingrid’s moeder dat niet. En misschien is dat ook niet zo heel onverwachts in de toenmalige tijdgeest. “Mijn moeder was voor haar huwelijk wel gewaarschuwd voor de geestesgesteldheid van mijn vader, maar ze was ervan overtuigd dat ze hem kon redden. En vanwege haar geloofsopvatting over de huwelijkstrouw heeft ze hem nooit verlaten.”

Zo snel mogelijk zelfstandig

Ingrid heeft als kind het gevoel dat ze haar moeder ook niet kan vertrouwen als het gaat om haar veiligheid en ze wordt zo snel mogelijk zelfstandig. Ingrid: “Ik was vooral in mijn eigen wereldje. Las veel en tekende veel. Als kind heb ik ook maar weinig vriendschappen gesloten. Had er doorgaans maar eentje.” Ze komt wel vaak over de vloer bij de overburen, een gezin met zes kinderen. “Daar was het heel plezierig. En ik kwam vaak bij het vriendinnetje dat ik op dat moment had.”

Buiten deze plezierige momenten is het voor Ingrid vooral zaak te overleven. Ze doet dat door haar gevoelens uit te schakelen. “Dat was mijn overlevingsstrategie. Een muur om mezelf heen bouwen van onaanraakbaarheid. Nooit blij. Nooit boos. Nooit verdrietig. Veel op mijn kamer zitten. De foto bij dit artikel vind ik illustratief voor mijn jeugdsituatie. Ik ben het meisje in het midden met het lichtje jurkje. Een hand op de schouder van mijn broertje, die voor me staat. Het was onze verjaardag, maar erg vrolijk was ik niet. En ik had totáál geen zin om die feestmuts recht op mijn hoofd te zetten en een deuntje mee te spelen op een mondharmonica.”

'Het ene moment was het goed, het andere moment kon je iets zwaars naar je hoofd krijgen. Het was niet veilig thuis, want de situatie was volstrekt onberekenbaar. Ik sliep opgerold aan het voeteneind van mijn bed. Mijn moeder heeft mij en mijn broer later verteld dat we angstig langs de muren liepen.' – Ingrid over haar kindertijd

Opname in een kliniek

Als Ingrid en haar broer twaalf zijn, wordt hun vader voor een half jaar opgenomen in een voor die tijd moderne psychiatrische kliniek. Welke diagnose er destijds is gesteld, weet Ingrid niet. “Praten over psychische problematiek was destijds helemáál een taboe.” In de kliniek heeft Ingrid’s vader een eenpersoonskamer. Een flinke verandering, want het gezin woont in een bovenhuis. Ingrid bezoekt haar vader regelmatig, waarbij de vader en dochter schaken en dammen.

Eenmaal thuis uit de kliniek zijn het “een hele rits pillen” die Ingrid’s vader rustig kunnen houden. Bezoekers vinden hem vriendelijk, maar afstandelijk. Op zijn werk staat hij bekend als traag en precies, iets wat ervoor zorgt dat hij voor de rest van zijn arbeidsleven slechts een half salaris ontvangt. “Mijn moeder verdiende soms wat bij, als het echt niet anders kon. Maar breed hadden we het dus niet”, vertelt Ingrid.

Tienerjaren

Als puber maakt Ingrid deel uit van een creatief groepje. “We hadden een kraakpand in een ander dorp, waar ik vaak naartoe fietste. Soms was ik er alleen, vaak was er wel iemand om wat mee te werken of met wie je elkaars gedichten kon voordragen. Ik voelde me er meer thuis dan thuis, maar slapen kon daar helaas niet.”

Ook Ingrid’s broertje zoekt zijn heil buiten de deuren van het bovenhuis, al doet hij dat wel op een andere manier dan Ingrid. “Als kind ging ik voor zelfstandigheid, waar mijn broertje aan mijn moeder en aan mij hing. In de pubertijd kreeg mijn broertje verkeerde vriendjes. Hij liet zich gebruiken en belandde nogal eens op het politiebureau”, licht Ingrid toe. Haar broertje wordt in overleg met jeugdzorg in een internaat geplaatst. Daar loopt hij twee keer weg, omdat hij thuis wil wonen. “Ik had graag met hem geruild, want ik wilde juist het huis uit! Zo stond er in onze buurt een leuke garage. Ik droomde ervan daar in mijn eentje te mogen wonen.”

Ik voelde me er meer thuis dan thuis

Zelf problemen

Ingrid’s jeugd als KOPP-kind levert ook haar psychische problemen op. Die beginnen opvallend genoeg juist als ze heeft wat ze al die jaren zocht: een plek voor zichzelf, wanneer ze op kamers gaat. Lezen, de belangrijkste activiteit in Ingrid’s leven, wordt zelfs onmogelijk. “Eerst moest ik stukken steeds voor een tweede keer lezen, in een volgende fase werden de regels zwart en in de laatste fase gingen mijn ogen dicht en kreeg ik ze heel lang niet open.”

Ondanks dat Ingrid op dat moment nog niet doorheeft dat deze problemen voortkomen uit haar jeugd, besluit ze hulp te zoeken. Na een jaar therapie bij een psychiater belandt ze in een dagbehandelingskliniek. Daar verblijft ze anderhalf jaar. “Pas na een jaar kwamen de therapeuten erachter dat ik iedereen hielp, behalve mezelf. Toen kreeg ik er een individueel traject bij, wat resulteerde in het afbreken van mijn verdedigingsmuur. Ik ging bijvoorbeeld inzien dat ik nog nooit een gelijkwaardige relatie had gehad. Altijd was ik de verzorgende”, vertelt Ingrid over die tijd.

Helaas beïnvloeden de behandelingen Ingrid niet alleen in positieve zin. Zowel lichamelijk als geestelijk raakt ze uit balans. Ingrid slaapt nauwelijks, in het begin slechts een kwartiertje per dag. “Ik wist op een gegeven moment niet meer beter, want ik had genoeg energie om te functioneren.” Ze haalt een voorbeeld aan van haar man, die ze kort na haar ontslag uit de dagbehandelingskliniek ontmoet en met wie ze wél een gelijkwaardige relatie heeft. “In de eerste dertig jaar van onze relatie heeft hij me nooit slapend in bed aangetroffen. Alleen hazenslaapjes voor de televisie.”

Concentratieproblemen

Ingrid heeft weliswaar genoeg energie om te functioneren, maar erg bevorderlijk voor haar lichaam is het weinige slaap niet. Zo ontstaan er concentratieproblemen. “Lezen ging slecht. Studeren problematisch. Ik liep bijvoorbeeld vast op de studies politicologie en bedrijfskunde. Koos daarom een makkelijkere studie – die in mijn levenskader paste – in de vorm van maatschappelijk werk.

En ook anno 2021 ervaart Ingrid een concentratieprobleem. Ze slaapt beter, maar de rust in haar hoofd is nog niet wedergekeerd. “Boeken die ik wil lezen stapelen zich op. Ik heb nog wel een aantal keren hulp gezocht, maar beter werd het niet. Gelukkig heb ik een positief karakter! Dat heeft me overeind gehouden. En ik heb altijd mijn zelfvertrouwen behouden.”

Inzetten voor KOPP-kinderen

Het zorgende, positieve karakter van Ingrid maakt dat ze zich de laatste jaren is gaan inspannen voor andere KOPP-kinderen. Volwassenen met een KOPP-verleden om precies te zijn. “Ik ben er zelf pas een jaar of vier, vijf geleden achter gekomen dat mijn situatie in een erkende problematiek valt. Als vrijwilliger ben ik nu als KOPP-ervaringsdeskundige betrokken bij Labyrint-In Perspectief, een landelijke stichting voor en door naasten van dierbaren met psychische of psychiatrische problematiek. En onlangs heb ik het initiatief genomen op een KOPP-gespreksgroepje bij het Zelfregiecentrum Deventer te beginnen, speciaal bedoeld voor volwassenen die in het verleden onderhevig zijn geweest aan bijvoorbeeld verwaarlozing, mishandeling of ouders met psychische problemen of verslavingen.”

Ik zocht niet naar iemand om mee te praten

Ingrid is gestart met deze gespreksgroep, omdat ze een plek wil creëren waar volwassenen met lotgenoten kunnen praten. En haar advies aan volwassenen met een vergelijkbaar verleden is dan ook om contact te zoeken met lotgenoten. “Die hoef je niets uit te leggen. Zij hebben aan een half woord genoeg en je vindt er herkenning en erkenning. Zo steun je elkaar, je bent niet alleen!” Veel volwassenen met een KOPP-verleden kunnen behoefte hebben aan een luisterend oor, daar zij als kind wellicht niet veel over te problemen hebben gepraat of kunnen praten. “Zo had ik zelf als kind weinig vertrouwen in volwassenen en ik was zo zelfstandig mogelijk. Ik zocht niet naar iemand om mee te praten.”

Toch hoopt ze dat kinderen die nu opgroeien als KOPP-kind de stap zetten om met iemand te praten. “Praat met je juf of meester. Zij kunnen je als eerste helpen om zelfvertrouwen te krijgen en kind te kunnen blijven.” Er is daarin ook een rol weggelegd voor de samenleving, die alert moet zijn op signalen van ongezonde, onveilige thuissituaties. “En gelukkig zijn er organisaties als Impluz, die verschillende (KOPP-)programma’s voor kinderen hebben, en Trimbos, met een goede website voor de jeugd. Help een kind met deze problematiek te zoeken naar een activiteit die het beste past bij dit kind. Baan een weg voor dat kind!”, besluit Ingrid.

“De samenwerking is goud waard”

Een ggz-verpleegkundige en een politieagent gaan samen naar de melding en kijken of er sprake is van een lichamelijk, psychiatrisch, justitieel (strafrechtelijk) of psychosociaal probleem. Ook bepalen ze samen welke hulp er op dat moment nodig is, eventueel met ondersteuning van Ambulance-Oost of van de Ambulante Zorg Twente (AZT). Mocht het nodig zijn, zorgt het Streettriage team ook voor vervoer naar de juiste plek. Deze samenwerking voorkomt dat mensen op de verkeerde plekken terecht komen en lang moeten wachten op adequate vervolgzorg, bijvoorbeeld door een onnodig verblijf op het politiebureau of het wachten op een beoordeling van de crisisdienst.  

Groot succes 

“De samenwerking tussen de verschillende ketenpartners zorgt ervoor dat Streettriage zo’n groot succes is”, vertelt Inge Westerhoff, coördinator Streettriage Twente van GGZ-organisatie Dimence. “Dat is echt goud waard. Doordat we samen door onze eigen expertisebril kijken, en met alle partijen samenwerkingsafspraken hebben gemaakt, kunnen we mensen met verward gedrag snel aan de juiste hulpverlening koppelen.” Ook politieagente Ellen Bolster is enthousiast: “We kunnen onze krachten bundelen. We nemen de juiste mensen mee en weten wat we wel of niet kunnen.” 

De verschillende ketenpartners leren veel van elkaar. “In het verleden ontstond er onderling nog wel eens onbegrip over de aanpak van de verschillende partijen. Nu we met alle partijen gesprekken voeren tijdens de dienst, komen we steeds dichter tot elkaar en ontstaat er een teamgevoel. Wij zorgen samen voor de mensen. En dat is prachtig!" vertelt Miranda van Eerden, verpleegkundig specialist GGZ van Mediant. Lastige casussen worden onderling nabesproken. “Ook als ik tijdens mijn gewone crisisdienst een lastige melding tegen ben gekomen, overleg ik wel eens met Inge. Hoe zou jij dit aanpakken? Die zachte kant levert heel veel op, je krijgt veel meer begrip voor elkaar. Het is een kwestie van kennen en gekend worden”, aldus Ellen.  

Uitbreiding 

Streettriage Twente draait nu twee jaar. Heeft de pilot aan de verwachtingen voldaan? Inge: “We hadden verwacht dat we veel vaker opvangplekken nodig zouden hebben voor mensen met psycho-sociale problematiek. Toch kunnen mensen vaak thuisblijven en worden dan verder ondersteund door Ambulante Zorg Twente. Zij leggen bijvoorbeeld contact met de gemeente en zorgen dat er adequate zorg komt.” 

“Dat zorgt ervoor dat wij het eerder kunnen loslaten,” vertelt Ellen. “We weten dat mensen gehoord worden, dat mensen die er verstand van hebben ernaar gekeken hebben en dat de juiste hulp in gang is gezet.” De komende drie jaar gaat de Streettriage Twente door. “Dat biedt ons ook de mogelijkheid om de Streettriage uit te breiden met extra uitgangen naar de juiste hulpverlening. Het is veel maatwerk en nog niet alle uitgangen zijn gerealiseerd. Dit kunnen we de komende jaren met de juiste partners gaan oppakken”, aldus Ellen.  

Stapje extra 

De huidige coronapandemie heeft ook zijn invloed op de Streettriage. “Maar we hebben de hele tijd doorgedraaid en daar ben ik echt wel trots op”, zegt Inge.  Ellen vult aan: “We hebben vanaf het begin van de coronacrisis gezegd dat we blijven doorrijden, juist daar waar veel mensen zich nu terugtrekken. We willen juist het stapje extra doen.” Vanwege corona vervoert het Streettriage team zelf geen mensen meer. Wel wordt er vervoer geregeld wanneer dit nodig is.  

Over Streettriage Twente 

De meldingen omtrent personen met verward gedrag nemen al jaren toe. Het aantal E33-meldingen groeide van 45.000 in 2011 naar 96.000 in 2019.  Achter die toename gaat een hoop leed en maatschappelijke onrust schuil. Niet elke persoon die verward gedrag vertoont, heeft psychische klachten, soms is er een lichamelijke oorzaak, zoals diabetes of dementie, of is er sprake van verslaving of een verstandelijke beperking.  Een snelle beoordeling en het inschakelen van de juiste hulp voorkomt dat mensen op de verkeerde plek terecht komen. 

Streettriage Twente is een samenwerking tussen de ggz-instellingen Dimence en Mediant, politie Oost-Nederland district Twente, Ambulance-Oost, Acute Zorg Euregio en de veertien Twentse gemeenten. Vanuit de samenwerkingsagenda van de veertien Twentse gemeenten en zorgverzekeraar Menzis is er voor een passende financiering voor de komende 3 jaar gezorgd. 

Streettriage in cijfers 

In 2019 is Streettriage Twente 740 keer betrokken bij een melding, waarbij ze 620 keer daadwerkelijk zijn ingezet.  68 procent van die meldingen waren zogenaamde E33-meldingen, waarbij het om meldingen omtrent personen met verward gedrag gaat. Na triage konden de meeste mensen, zo'n 65 procent, thuisblijven, indien nodig met passende, adequate hulp van bijvoorbeeld de ggz, huisarts, gemeente of verslavingszorg.

 

Doen jullie mee? Cliënten en naasten gezocht voor het mooie project: ‘Drie kunnen meer dan één’

Dit project is gericht op een betere samenwerking tussen cliënt, naasten en hulpverleners. In de langdurige zorg hebben cliënten, hulpverleners en naasten vaak lange tijd met elkaar te maken. Wij zijn benieuwd hoe dit onderling contact verloopt en willen jouw ervaringen graag horen. Ze zijn belangrijk voor het onderzoeksproject.

Wie voeren dit onderzoeksproject uit?

Het project wordt uitgevoerd in vier zorgorganisaties: RIBW Overijssel, MEE Veluwe, GGNet en Dimence, onder leiding van het lectoraat GGZ & Samenleving van Hogeschool Windesheim.  Elke organisatie heeft een eigen contactpersoon. Voor Dimence is dat Sandra Lankwarden.

Wat is precies de bedoeling?

  • In het voorjaar van 2021 beginnen we met het voeren van gesprekken met cliënten, naasten en hulpverleners.
  • Ook vragen we deelnemers om een vragenlijst in te vullen.
  • Eind 2021 koppelen we resultaten van de gesprekken en de vragenlijst terug in een congres.  Natuurlijk nodigen we alle deelnemers van harte uit hierbij aanwezig te zijn en mee te praten.
  • Vervolgens gaan we vanaf begin 2022 in groepen aan de slag om te bespreken hoe de samenwerking tussen cliënten, naasten en hulpverleners beter kan. Het gaat in totaal om 10 groepsbijeenkomsten waarin we ervaringen uitwisselen en oplossingen verkennen: wat werkt wel en wat niet? De onderzoekers begeleiden dit en maken een handleiding voor een goede samenwerking tussen cliënten, naasten en hulpverleners. 

De gegevens worden in het onderzoek anoniem verwerkt in handleidingen en een beleidsadvies voor Dimence.

Kan iedereen meedoen?

Ja, als je wil meedoen, kun je meedoen. De manier waarop dat kan, wordt in overleg met de contactpersoon van Dimence bepaald.

Vergoeding voor deelname

Voor deelname aan de bijeenkomsten ontvang je per bijeenkomst een vergoeding.

Vragen? Interesse?

Heb je vragen of ben je geïnteresseerd in deelname? Laat dit dan weten aan de contactpersoon van Dimence:
Sandra Lankwarden
E-mail: s.lankwarden@dimence.nl
Tel: 06-23521377

Margriet Wiedemeyer nieuwe directeur bedrijfsvoering Dimence

Zorginkoper

Dimence leerde ze later in haar carrière kennen als zorginkoper bij Zilveren Kruis en waar zij regelmatig op werkbezoeken ging om de organisatie beter te leren kennen. Wiedemeyer over die periode: “Wat me toen aansprak aan Dimence was de bevlogenheid en betrokkenheid van medewerkers. Waar ik ook kwam alle medewerkers vertelden over dezelfde missie en visie en dat vond ik best bijzonder.” 

GGZ Noord Holland Noord

Na het behalen van een MBA-Health in Rotterdam startte ze bij GGZ Noord Holland Noord als directeur bedrijfsvoering van de kinder- en jeugdpsychiatrie. Over die periode zegt Wiedemeyer: “De jeugd heeft de toekomst. Als je voor hen de geestelijke gezondheidszorg goed organiseert, werk je in mijn ogen puur aan preventie.” 

Overstap naar Dimence

Als inwoner van de regio Deventer werd zij getriggerd door de vacature van directeur bedrijfsvoering bij Dimence. Een bekende, mooie organisatie met veel ambities. Wiedemeyer: “Dimence heeft, zeker als onderdeel van de Dimence Groep, alle ingrediënten in zich om echt aan te sluiten bij het herstelproces van de cliënten. Ik kijk er naar uit daar mijn bijdrage aan te leveren.”

Raad van bestuur

De raad van bestuur van Dimence Groep is blij met de komst van Margriet Wiedemeyer. “Margriet haar carrière en ervaring in de ggz hebben alle ingrediënten in zich om een goede directeur bedrijfsvoering voor Dimence te zijn. We hebben er alle vertrouwen in dat zij haar nieuwe functie succesvol en met enthousiasme zal invullen. We wensen haar veel succes en plezier in haar nieuwe functie.” 

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Bij de Dimence Groep is de zorg ondergebracht in een aantal slagvaardige, deels kleinere, stichtingen met ieder een eigen doelgroep. Hierdoor kunnen we sneller inspelen op de wensen en behoeften van onze patiënten, cliënten, verwijzers en financiers. We hebben de collectieve ambitie om de geestelijke gezondheid, maatschappelijke participatie en het welzijn van de mensen in ons werkgebied te verbeteren. We vormen samen een groep en niet zonder reden. We werken samen, delen kennis en vormen een keten. Samen werken we aan de mentale gezondheid van de bewoners in ons werkgebied. Bij de stichtingen van de Dimence Groep werken zo’n 2800 medewerkers voor ruim 35.000 cliënten per jaar.

Afbeelding Dimence Groep