“Koffie?”

Ben Bannink werkt al veertig jaar bij Dimence. Met veel plezier zet hij zich in voor de cliënten, de medewerkers en de staat van het pand aan de Grasdorpstraat. En niet alleen voor hen. “Iedereen moet zich hier welkom voelen. Toen de vuilnismannen voor het eerst het afval op kwamen halen, heb ik ze gelijk laten zien waar ze koffie kunnen pakken.” Wie er ook komt, Ben biedt altijd eerst een kopje koffie aan. Want iedereen is gelijk, vindt hij. En gastvrijheid zit in de kleine dingen.

Hij zit nog maar net op zijn stoel, als er een klusjesman binnenkomt. Hij komt de deur van de fietsenstalling repareren. “Koffie?”, is het eerste dat Ben vraagt. Even later zit de man in Bens kantoortje, waar de huismeester een praatje met hem maakt.

Ze dachten dat het een cliënt was, maar het was een behandelaar. Soms zie je het verschil gewoon niet. En daar zit de kern.

Middenin de woonwijk
Voor werken in de geestelijke gezondheidszorg koos Ben niet bewust. Veertig jaar geleden was de voorloper van Dimence de grootste werkgever in zijn woonplaats. “Ik ben er gewoon naar binnen gelopen. De eerste keer dat ik patiënten zag, dacht ik meteen: wauw, dat zijn gewoon mensen. En dat denk ik nog steeds.” Wel heeft hij veel zien veranderen in de geestelijke gezondheidszorg. “Het is niet meer ‘dé psychiatrie’. Iedereen loopt hier in en uit. In die veertig jaar is het veel losser geworden. Nu zitten we middenin een woonwijk.”

En middenin de woonwijk is het letterlijk moeilijk om je af te scheiden van de maatschappij. Een stapel lege bierkratten stond na het eindexamen bij een naastgelegen school. Precies in het uitzicht van de jongeren in de verslavingspsychiatrie. Een behandelaar wees Ben er op. Toen Ben er langs ging, reageerde de school ‘zó attent’. “Ze hadden er helemaal niet bij nagedacht. Dat gebeurt soms.”
Drie weken later komen twee meisjes van de school langs. “Ze vonden het erg spannend om hier binnen te komen. Maar tijdens de thee heb ik ze van alles verteld. Daarna nam ik ze mee naar de afdeling.” Bens ogen twinkelen. “Op de afdeling vroeg ik: wie denk je dat dit is? Ze dachten dat het een cliënt was, maar het was een behandelaar. Soms zie je het verschil gewoon niet. En daar zit de kern.”

Een drukke baan
De dagen van de huismeester zijn gevarieerd. “’s Morgens weet ik nooit wat ik die dag allemaal tegenkom en meemaak.” Zo kan het zijn dat een cliënt een slecht bed heeft. Ben kan dat niet altijd meteen oplossen. “Maar ik ga er altijd heen. Al is het alleen maar om even een matras om te wisselen. Die ander wil gehoord worden.” Soms helpt een cliënt Ben met klusjes. “Dan zie ik de cliënt als mijn collega. Wij zijn gelijk. Daardoor krijgt de ander weer het idee: ik draag iets bij.”

Helpen doe je gewoon

Maar ook bij de huismeester gaat niet alles altijd goed. “Wat loop je hard man!”, zegt de klusjesman die koffiedrinkt bij Ben. “Het is vrijdagmiddag!”

Ben reageert lachend: “Ach, ik loop altijd hard.” Het schetst zijn valkuil. Ben wil altijd veel doen. “Soms moet ik grenzen stellen. Dan krijg ik van een afdeling een hele lijst met alles wat ik moet doen, en dan denk ik: waar ben ik nu mee bezig? Er zitten genoeg dingen bij die mensen even zelf kunnen doen. Als ik dat aangeef, komt er al meteen een omslag. Praten, dat is het belangrijkste. Dat helpt. Dan verandert er iets.”

Voorlopig denkt Ben nog niet aan stoppen. “Ik bruis hier veel te veel.” Vier dagen in de week werkt hij, iedere week opnieuw. Op zijn vrije dag zorgt hij voor zijn zieke kleinzoon. “Elk mens krijgt wat te verduren in zijn leven. Daarom is dit een prachtige combinatie. Helpen doe je gewoon.” Terwijl hij door de gangen loopt, zet hij scheefstaande stoelen recht en sluit hij openstaande deuren. De pas zit er weer flink in. Zoals altijd bij Ben. Dag in, dag uit. Bij het afscheid zegt de huismeester: “Wil je nog een kopje koffie of thee?”