Eerste diagnose en behandeling
In 2011 werd bij mij voor het eerst een diagnose binnen de specialistische ggz vastgesteld. Ik zou lijden aan verschillende persoonlijkheidsstoornissen en daarvoor kon ik meteen behandeling krijgen. Ik twijfelde meteen aan de diagnose. Hoewel… twíjfelen:  ik wíst zeker dat ze er naast zaten! In mijn familie komen depressies vaak voor, dus ik achtte de kans het grootst dat dat met mij aan de hand was. Omdat de GGZ helemaal nieuw voor me was, kreeg ik van de behandelaren veel uitleg over persoonlijkheidsstoornissen: hoe ze werkten en hoe je er één zou kunnen ontwikkelen. Maar dat wat ze mij vertelden herkende ik absoluut niet. Ik was 27 jaar gezond geweest. Er werd mij verteld dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis moeite hebben met het onderhouden van vriendschappen, relaties en banen. Ik had op dat moment juist een langdurige relatie, al jaren dezelfde vrienden en ik had al jaren dezelfde baan. Dan had het toch ook iemand anders op moeten vallen dat er iets met mij aan de hand was al die tijd?

Gevolgen van deze diagnose
Ik was zo boos over deze diagnose, dat ik er echt ruzie over ging maken, maar dat hielp helemaal niks. Ik wilde goede hulp, maar voor mijn gevoel werd ik steeds op een verkeerde plek geplaatst. Ik voelde me steeds ellendiger. Ik kreeg ook medicatie, zoals een antipsychoticum en nog veel meer middelen. Omdat ik het idee had dat de medicatie mij vlak maakte en verder niks deed, stopte ik ook regelmatig met het slikken ervan. Ik kreeg het idee dat psychiaters het wel prima vonden ‘dat ik vlak was’, dat maakte me nog bozer: dit kon de bedoeling toch niet zijn? Ik ben van nature een persoon met een sterke wil en ik denk graag na over wat belangrijk voor me is. Ik bleef de discussie aangaan. Dit bleek voor de behandelaren alleen maar een bevestiging dat ik een persoonlijkheidsstoornis had: ik was in hun ogen boos, deed moeilijk en ik stopte zomaar met de medicatie. Achteraf gezien snap ik ook wel dat de behandelaren mij niet geloofden, maar ik ben nog steeds boos over het feit dat ze niet verder hebben gekeken dan hun neus lang is.

Wat ik lastig vond was om mensen om me heen ervan te overtuigen dat ik geen persoonlijkheidsstoornis had. Waarom zouden ze mij geloven en niet de professionals? Alleen mijn beste vrienden wisten dat het niet klopte, omdat ze nooit iets op dat gebied hadden gemerkt. Wat ik helemaal lastig vond, was dat mijn moeder de behandelaren ook geloofde en niet mijn verhaal over de depressie die ik dacht te hebben.

Opname
Omdat de behandelaren ervan overtuigd bleven dat ik ernstige persoonlijkheidsproblematiek had, vonden ze dat ik in een kliniek moest worden opgenomen. Ik vond mezelf er niet thuis horen. En ik ben met de behandeling gestopt. Inmiddels was ik al drie jaar aan het vechten tegen de diagnose en de behandeling. Ik was het zat om van hot naar her te gaan, volgestopt te worden met pillen: ik kon gewoon niet meer. Toen heb ik een suïcidepoging gedaan en kwam ik in de crisisopvang terecht. Toen ik hieruit kwam, had ik even geen hulp. Na twee maanden ging het weer slecht met me en ik klopte aan bij mijn huisarts. Deze had alleen gelezen in mijn dossier dat ik ‘uitbehandeld’ was. Uitbehandeld na 3,5 jaar in de ggz! Ik was zó boos.

Op de juiste weg
Ik heb een klacht ingediend en kreeg vervolgens excuses. De huisarts werd geïnformeerd hierover en ik kreeg een nieuwe behandelaar. Helaas werd ik wéér in een team voor persoonlijkheidsstoornissen gezet. En omdat mijn verhaal bekend was bij iedereen, had ik het idee dat ze vol vooroordelen aan mijn behandeling begonnen. Omdat ik maar bleef aangeven dat ik mezelf niet herkende in de diagnose, begonnen ze eindelijk eens goed naar me te luisteren. De psychiater die ik nu had, werkte veel met mensen met een persoonlijkheidsstoornis en dit keer werkte dat in mijn voordeel. Ze vond mij niet in het plaatje passen. Pas toen ik aan de antidepressiva begon en na twee maanden ontzettend was opgeknapt, was voor hen duidelijk dat ik geen persoonlijkheidsstoornis had, maar een depressie. Een a-typische depressie. Nu krijg ik al twee jaar goede behandeling en ben ik ‘blij’ met mijn diagnose. Het maakte me niet uit wélke diagnose het zou worden, als het maar de juiste zou zijn. Momenteel ben ik erg blij met mijn behandeling en met de behandelaren. Ik ben ook stabiel. Maar de jaren strijd over de verkeerde diagnose, heeft me heel veel gekost.

Geschreven door Marijke Groot.