Alle medewerkers leken hetzelfde voor me, daar op die gesloten afdeling waar ik verbleef, maar al snel kreeg ik door dat er niet standaard een psychiater ‘op de afdeling’ rondloopt. Dat merkte ik namelijk aan de vele vragen die ik hoorde van medepatiënten aan medewerkers: ‘Ik wil/moet/eis nu een psychiater (te) spreken!’ En de daaropvolgende reacties: ‘Ik zal het in het ochtendoverleg melden/ik zal het vandaag even vragen/ik denk niet dat het lukt, want hij is heel erg druk’.

De functie van de medewerkers die wel vaak op de afdeling verbleven, leerde ik na een tijdje kennen. De één was verpleegkundige (die wél wonden mocht verzorgen). De ander was een ggz-agoog (die niks mocht met bloed, maar door een apart gevolgde cursus wél medicatie mocht uitdelen). Weer een ander was een ‘flexpooler’ en wéér een ander was een uitzendkracht.

En dan had je nog die andere groep: de activiteitenbegeleiders. Of, zoals ze zichzelf noemen: ‘Wij van de vtvb’, dat staat voor vaktherapie en vakbegeleiding. Zoals ik al zei, het duurde even voordat ik het door had, maar na een tijdje werd het me duidelijk dat zelden een verpleegkundige me vroeg ‘een potje skip-bo te spelen, maar dat ‘zij van de vtvb’ dat zelfs kwamen vragen als ik op mijn kamer zat. Het duurde ook even voordat ik door had dat zij dus een heel andere rol hadden dan het verplegend personeel en dat ze alleen op bepaalde tijden op de afdeling waren. En ze waren er niet alleen in de ochtenden, zoals ik eerst dacht. Oók in de middagen, op enkele avonden én in het weekend waren er mensen van deze club te vinden. Door hun bereidheid te tafeltennissen en potjes rummikub te spelen en je ingewikkelde haaksteken aan te leren, noemde ik ze al snel: het animatieteam. Eerst vooral uit gemak, ik vergat steeds hoe het nu écht heette. Maar deels ook, omdat ik het vergeleek met een animatieteam op de camping. Het verschil zat hem er vooral in dat zij naar jóu toe kwamen en dat er niet bij gezongen en gedanst werd. Er zat ook geen competitiecomponent in hun activiteiten en ook hingen er geen aanplakbiljetten met het activiteitenprogramma van de die dag bij je toilet.

Oké, mijn vergelijking met een animatieteam op een camping sloeg dus nergens op, zo zie ik nu.

Géén zang en dans, geen competitie en geen aanplakbiljetten bij de toiletten dus, maar wel: jíj, als patiënt, jij mocht namelijk zélf kiezen wat je wilde doen voor activiteit. Wilde je een rondje wandelen (én had je de vrijheden), dan deed je dat met één van hen. Wilde je een potje rummikub spelen, omdat je gewoon elke dag een potje rummikub wilde spelen, dan werd dat met je gedaan. Wilde je breien leren, omdat je altijd al had willen breien, prima. Mountainbiken? Geen probleem. Glas-in-lood- verven? Ook geen probleem. Zingen en gitaar spelen? Kon gewoon! De patiënt is koning bij de activiteitenbegeleiders in de kliniek.

Toch waren er natuurlijk voldoende momenten dat mensen zelf géén goede ideeën hadden. Op een gesloten afdeling stikt het namelijk niet van mensen vol levenslust, maar zijn er wél mensen te vinden met zware depressies en mensen met psychoses. Dus eerlijk: niet álle wensen werden ingewilligd door het team, want er kwam ook wel eens wensen voorbij die ze niet in vervulling konden laten gaan (ik noem geen voorbeelden). Maar op dat soort momenten hadden de mensen van de vakbegeleiding/ activiteitenteam zélf opties. Zo kreeg ik de vraag of ik ‘koffiefilters wilde verven’. En ik was dan wel depressief, maar nog niet volslagen doorgedraaid. Ik vind koffiefilters leuk hoor, begrijp me niet verkeerd, vooral op een camping, met koffie erin en kokend water erbij, maar om ze te gaan beschilderen vond ik wat onzinnig, dus nee. Maar eerlijk, soms werd er wat voorgesteld wat ik wel prima vond, bijvoorbeeld een potje tafeltennissen, even kleuren, gewoon even koffiedrinken samen. En ik zag mensen die echt opleefden van de dames en heren ‘van de activiteiten’. De meest depressieve mensen zag ik soms wat voorzichtig lachen om hun winst bij een spelletje. Een heel angstig persoon zag ik ontspannen tijdens het samen kleuren en praten. En sommige mensen, met wie het niet goed ging, zag ik hoopvol naar de klok kijken totdat ‘iemand van de activiteiten’ er zou zijn.

Eerlijk is eerlijk, ik zag mensen die meer baat hadden bij de activiteitenbegeleiders dan ik. Maar toch, ineens denk ik terug aan één van mijn weekenden daar. Mijn gezin was druk, ik had niks gehoord van anderen die op bezoek wilden komen en ik voelde me wat eenzaam, wat verloren. Ik keek naar de klok. Om elf uur zou er iemand komen ‘van het animatieteam’. Ik had ineens onnoemlijk veel zin in het spelen van rummikub, en dan vooral met het uitzicht op de opgehangen beschilderde koffiefilters.

Leve de activiteitenbegeleiding!