Elke week heb ik PMT, psychomotorische therapie. Vandaag is het weer zover. In mijn kamertje wacht ik op de PMT-therapeut. Die klopt op de afgesproken tijd op mijn deur. Ik doe open en loop mee naar de PMT-ruimte. 

De PMT therapeut, A, vraagt hoe het gaat. We hebben een praatje waarin we verschillende dingen bespreken. Daarna gaan we aan de slag. We oefenen vandaag om mijn spanning te verlagen. Dit door te focussen op andere dingen. Ik krijg de opdracht om door de PMT-ruimte te gaan lopen. A kijkt toe. 

Steeds hetzelfde rondje

Ik loop. Kies een vaste route. “Wat voel je nu?” vraagt A. “Wel wat spanning. Ik heb de neiging om mijn handen tot vuisten te maken,” antwoord ik. Ik probeer mijn handen te ontspannen. Poe, wat voel ik me bekeken. De ruimte is niet heel groot, dus ik heb al tig rondjes gelopen. A vraagt waarom ik steeds hetzelfde rondje loop. Samen komen we erop dat als ik spanning heb, het dan fijn vind om duidelijkheid te hebben over de route en daar ook niet nog eens over na hoef te denken. 

“Als volgende ga ik nu ook in de ruimte lopen,” zegt A. A vraagt weer naar mijn spanning en ik geef aan dat deze nu wat minder is omdat ik me nu niet zo bekeken voel en weet dat A met zichzelf bezig is. 
“Oké, nu gaan we het als volgt doen. Ik loop achter je aan.” Daar loop ik weer, rondje voor rondje. De spanning gaat nu wel omhoog. Ik lach, maar ondertussen voel ik me wel ongemakkelijk. Ook deze situatie bespreken we na. Hoe zit ik in mijn spanning? Wat zijn mijn gedachtes? 

Focus op andere dingen

“Je mag nu vijf rode, vijf ronde en vijf ijzeren dingen opnoemen,” zegt A tegen mij. Ik noem het op. “Wat merk je van je spanning?” vraagt A. “Die is nu wat minder,” antwoord ik.  We gaan zitten en A legt wat theorie uit. “Door te focussen op andere dingen kan je je spanning verlagen. Hoe zou je dit nu kunnen toepassen in het dagelijks leven?” Ik denk na. ‘’Misschien kan ik tijdens het eten focussen op andere dingen, als ik last heb van spanning.’’ A voegt toe dat ik ook best een praatje kan maken met iemand. “Of praten jullie niet tijdens het eten?” vraagt A zich af. “Nee, nee, dat doen we niet hier,” grap ik met een serieuze toon. “O, echt niet?” “Jawel hoor, grapje,” antwoord ik. “Nou, het zou kunnen,” lacht A. 

De volgende opdracht is als volgt. Ik mag weer door de ruimte gaan lopen en ik moet een gesprek beginnen en onderhouden. A loopt weer achter mij aan. Wat ik merk is dat het echt helpt om niet met mijn spanningsbron - A die achter mij aan loopt - bezig te zijn. Doordat ik focus op de vragen die ik stel en de antwoorden die ik krijg, is mijn spanning minder. 

De PMT-sessie voor vandaag zit er weer op. Nu proberen het geleerde toe te passen in het dagelijks leven! 

Artikeldatum