Langzaamaan komt het einde van de opname in zicht. Ik spreek veel met de verpleegkundigen over hoe ik hier binnen kwam, en hoe het nu ging met me. “Ja, ik weet nog wel een keer dat je zat te hoofdbonken,” zegt verpleegkundige A. “Ik kwam naar je toe, je ging maar door. Je stopte niet terwijl ik dat vroeg. Toen dacht ik, ik zeg héél streng dat je moet stoppen. Nou, dat deed ik, en je stopte. Maar gelijk ga je in je hánd bijten!”

Ik kwam zo erg in de ellende binnen bij Lorna Wing. Wat zat ik diep. Wat was ik vaak radeloos, zodat er niets voor mij overbleef, dan bonken met mijn hoofd. 

Ik leerde om vaardigheden in zetten. Bijvoorbeeld mijn polsen onder koud water te houden. En wat heel belangrijk is: op tijd hulp vragen. Ook al bij een klein dingetje om het zo niet op te laten lopen. 

Verpleegkundige A vervolgt: “En hoe je er nu bij zit, ongelooflijk. Je bent zo vooruit gegaan!” Ja dat klopt. De automutilatie is veel minder, ik heb zo goed als geen last meer van suïcidale gedachten. 

Toen ik begon met behandeling bij Dimence beheersten de suïcidale gedachtes mijn leven. Constant waren die gedachtes in mijn hoofd. De moeiten van afgelopen jaren waren zo, dat ik niet meer kon en niet meer wilde leven. Ik vulde elke dag dagboekkaarten in om zo mijn suïcidaliteit bij te houden. Deze besprak ik met mijn PB’er. Heel langzaam werden ze de afgelopen maanden steeds minder. Hoe dat kan? Doordat de verpleging me hier zo in mijn kracht heeft gezet. Door de juiste begeleiding en aanpak voor mijn autisme. Door een fijne omgeving. Maar ook door te focussen op de positieve dingen. 

Vorige week zat ik aan tafel in de huiskamer. Het laatste weekend op Lorna Wing was aangebroken. Ik was verdrietig. Ik had zo’n mooie tijd gehad hier. Met hele moeilijke momenten, maar ook met mooie momenten. Lieve groepsgenoten, grapjes uithalen, maar ook gewoon gezelligheid. 

Een verpleegkundige checkte hoe het ging. Nou, over het algemeen wel redelijk goed, maar nu even lastig. “Ik wil hier niet weg, ik kan het niet, ik kan niet zonder jullie...! Ik ben zo bang.” Verpleegkundige B sprak me de moed in. “Je kan het, het komt goed. Ik heb er alle vertrouwen in!” En we spraken af dat ik even ging wandelen met een groepsgenoot voor wat afleiding.

Ik nam van iedereen persoonlijk afscheid. En echt elke verpleegkundige sprak zijn of haar vertrouwen uit. Dat ik zoveel geleerd heb, dat het goed komt. “Ikzelf heb geen vertrouwen,” kwam er dan soms emotioneel uit me. “Wij wel!” kreeg ik dan te horen.

Een pluim voor alle hulpverleners die me door deze tijd hebben geholpen!

 Samen met mijn hulphond Scott woon ik nu in een gezinshuis. De overgang is goed gegaan en ik hoop mijn ervaringen in te gaan zetten om andere mensen met psychische kwetsbaarheden te helpen. 

Artikeldatum