Maandagmorgen. Mijn wekker gaat. Vermoeid duw ik de wekker uit. Afgelopen zaterdag heb ik veel spanning en angst gehad waardoor ik zondag de hele dag bij moest komen. Zelfs nu, twee dagen later, word ik nog vermoeid wakker. Maar goed, 08.30u is het ontbijt en daar wil ik toch graag bij zijn. Gewoon voor de structuur. Ik doe mijn vaste ochtendrituelen en kom iets voor 08.30u de huiskamer binnen. Ik eet met de groep mee. Na het eten hebben we het planningsmoment. Ik zit zoals altijd op dezelfde stoel, hetzelfde plaatsje. “Wie wil er beginnen?” vraagt de verpleegkundige. Ik houd me stil, pas als er twee mensen hun beurt hebben gehad en de verpleegkundige A vraagt wie er dan wil, zeg ik dat ik wel wil. “Oke, Willeke, hoe heb je geslapen?” A kijkt me aan, en ik benoem goed geslapen te hebben. “Fijn!” reageert A. “En wat heb je vandaag op je planning staan?” “Fit en walk, doelengesprek, systeemtherapie en sport,” zeg ik. “Heb je nog hulp van ons nodig?” vraagt A. “Nee,” antwoord ik. “Een fijne dag gewenst,” zegt A en ik wens haar hetzelfde terug. De beurt gaat naar een volgende cliënt. 

 Op naar fit en walk. We wandelen met een aantal cliënten een rondje. Nou ja, een aardig groot rondje dan. Voor mij in ieder geval. Mijn conditie is vooruit gegaan de laatste maanden, dus dat is prettig. Ik kan het hele blok fit en walk volhouden. 

 Daarna heb ik even niks. Ik neem mijn rust op mijn kamer. Ik loop nog wel even langs het kantoor om iets te bespreken met mijn PB’er (persoonlijk begeleider). Inmiddels is het 10.30u. Koffiemoment. Ik drink een kopje thee met mijn PB’er: verpleegkundige B. Ondertussen kletsen we wat. Daarna neem ik weer even mijn rust en bereid ik me voor op het doelengesprek. 

 Verpleegkundige B leidt het doelengesprek. Samen met drie andere cliënten bespreek je tijdens een doelengesprek je doelen. “Wat waren jouw doelen van afgelopen weekend?” stelt B de vraag aan mij. “Op tijd hulp vragen, tijd vragen voor iets ontspannends en zaterdag naar mijn vervolgplek rijden,” antwoord ik. “En hoe is dat gegaan?” Ik glimlach omdat mijn PB’er altijd alles al weet (vraag me niet hoe), maar benoem dat het zaterdag ondanks de spanning en angst gelukt is om te rijden naar mijn vervolgplek. 

 Eerst vond ik autorijden leuk, maar sinds ik gestopt ben met antidepressiva heb ik veel last van angst en spanning en soms zelfs van paniek in de auto. “Zaterdag is het dus gelukt, en nog een lang eind rijden ook,” knik ik. “Ik heb ook twee keer hulp gevraagd dit weekend. Tijd vragen voor iets ontspannends vind ik nog lastig, dat is één keer gelukt. Had ik eigenlijk meer moeten vragen maar dat lukte dus niet.” “Wat maakt het zo lastig?” Vragend kijkt B me aan. “Dat begeleiding tijd aan me moet besteden zonder dat het nodig is,” antwoord ik. “Dus dat doel heb je voor niks?” vraagt B. Ik lach even, geef aan dat ik het wel begrijp. 

 “Wat zijn jouw doelen voor aankomende week?” vraagt B. “Dezelfde doelen weer, plus een nieuw doel: aandacht hebben voor/bewust zijn van mijn houding.” “En welke momenten?” Vooral tijdens de planningsmomenten,” antwoord ik. Ik zit vaak wat in elkaar gebogen omdat dit veilig voelt voor mij. Maar nu is het tijd om dat te veranderen. Tijd om zelfverzekerder over te komen. Hoe moeilijk en spannend een nieuwe houding aannemen ook is. “Hoe ga je aan je doelen werken tijdens de blokken?” vraagt B. “Hulp vragen als het nodig is,” antwoord ik. Dan komen we aan bij de laatste vraag: “Wat kan je aan de begeleiding vragen als je hulp nodig hebt?” vraagt B. “Of ze even tijd voor me hebben.” “En dan?” vraagt B door. “Dan vragen of ze even mee willen lopen naar mijn kamer voor een gesprekje.” Ik word bedankt voor mijn inbreng en ik bedank B ook. 

 Na de lunch heb ik systeemtherapie. Om 15.00u heb ik sport. We doen trefbal en erna paaltjesvoetbal. 

 Een aardig drukke dag, maar ik voel me wel redelijk goed. Dat gevoel ken ik niet zo, maar het komt steeds vaker voor. 

 Na het avondeten wordt het me toch wat teveel. Waarom weet ik niet, maar ik keer in mezelf en voel me afwezig. Het lukt me zowaar om hulp te vragen en heb zodoende een gesprekje met een verpleegkundige. Het lukt me niet om uit mijn afwezigheid terug te komen in het hier en nu, zelfs niet met de trucjes die ik geleerd heb. Daarom beslis ik vroeg te gaan slapen. 

 En morgen? Nieuwe dag, nieuwe kansen!

 

Artikeldatum