Wat is psychomotorische therapie?

Bij psychomotorische therapie (PMT) gaat het vooral om doen en niet om praten. U doet oefeningen waarmee u werkt aan de dingen die u lastig vindt. Denk bijvoorbeeld aan sport, spel, zelfverdediging, dans en fitness. Ook doet u ontspannings- en ademhalingsoefeningen. Bij psychomotorische therapie gaat het om hoe u omgaat met de verschillende activiteiten. Het is dus helemaal niet nodig om goed te zijn in sport. De therapie kan individueel worden gevolgd, maar ook in groepsvorm of met bijvoorbeeld het gezin.

Psychomotorische therapie kan gebruikt worden als u:  

  • vaak conflicten heeft met anderen en geen controle heeft over uw boosheid
  • u zich eenzaam, alleen of depressief voelt
  • druk en chaotisch bent
  • een negatief zelfbeeld heeft
  • (faal)angstig bent
  • moeite heeft met contact maken
  • niet kunt of durft te praten over dingen die gebeurd zijn
  • lichamelijke klachten heeft of erg gespannen bent

Hoe werkt psychomotorische therapie?

De oorsprong van PMT ligt in het bewegingsonderwijs. Psychomotorische therapie vindt dan ook vaak plaats in een gymzaal. Door actief bezig te zijn leert u de signalen die uw lichaam geeft, uw gevoelens en uw eigen gedrag herkennen en begrijpen. U leert hierdoor uw problemen en uw klachten anders aan te pakken. Soms is dat best lastig, maar de psychomotorisch therapeut helpt u hierbij. Bij individuele therapie of gezinstherapie stelt u samen met de therapeut de doelen op die u wilt bereiken. Bij groepstherapie volgt u de therapie met mensen binnen dezelfde doelgroep. Denk aan volwassenen, jongeren, kinderen of ouderen. De methodiek wordt ook aangepast aan de betreffende doelgroep. Sommigen binnen de groep vinden misschien dezelfde dingen lastig als u, sommigen vinden andere dingen lastig. Hierdoor kunt u ook veel van elkaar leren. Door samen oefeningen te doen en hierover te praten leert u steeds beter met uw problemen omgaan.

Hoe lang duurt psychomotorische therapie?

PMT start altijd met een kennismakingsgesprek. Daarna volgt een observatiesessie. Samen met de therapeut worden vervolgens de doelen vastgesteld. Tijdens de behandeling  worden deze doelen geĆ«valueerd. Wanneer u vindt dat u genoeg geleerd hebt, kunt u in overleg  met de therapeut stoppen met psychomotorische therapie.