|
1. Bipolaire stoornis |
Wat is een bipolaire stoornis? | |
Iedereen voelt zich wel eens blij, gelukkig en vol energie, en ook wel eens lusteloos, neerslachtig of in de put. Dit zijn normale gevoelens, passend bij mee- of tegenvallers en geluk of problemen in het leven. Het zijn normale variaties van de stemming. Als iemand langere tijd afwisselend te uitgelaten en vol energie is, of juist veel te somber is zonder zich erover heen te kunnen zetten, kan er sprake zijn van een manisch-depressieve stoornis, ook wel bipolaire stoornis genoemd vanwege de wisselende stemmingen aan beide uiteinden (polen) van de stemming. De stemmingsepisoden (manie of depressie) kunnen af en toe optreden, met tussendoor periodes van een normale stemming, maar ze kunnen ook snel achter elkaar optreden. Bij sommige mensen staan de manieën op de voorgrond, bij anderen de depressies. Een manische episode kan worden gevolgd door een depressie, maar andersom is ook mogelijk. De stemmingen kunnen extreme vormen aannemen, zowel naar de depressieve als naar de manische kant. |
|
Wat is een manie? | |
Een manie gaat gepaard met problemen in het functioneren. Bijvoorbeeld onverantwoorde activiteiten, zoals veel geld uitgeven, of het ontstaan van conflicten. Wanneer er geen problemen in het functioneren zijn, is er sprake van een lichte vorm van manie (hypomanie).
Kenmerken van een manie:
- een verhoogde stemming, uitgelaten, opgewekt en veel zelfvertrouwen;
- prikkelbaar bij tegenwerking;
- druk gedrag, overactief, vol levenslust en kracht;
- het gevoel de hele wereld aan te kunnen en een grote dadendrang; Dit laatste kan leiden tot onverantwoord of gevaarlijk gedrag met nare gevolgen. Zoals veel geld uitgeven, grote risico’s lopen. De overactiviteit kan omslaan in chaos.
- optimale lichamelijke fitheid en weinig slaap nodig;
- goede eetlust, maar vaak geen tijd om te eten;
- seksuele behoefte kan toenemen wat kan leiden tot seksueel ontremd gedrag;
- vaak ondernemen van activiteiten, die normaal niet ondernomen worden;
- verlies van realiteitszin, overschatten en door niemand te corrigeren;
- impulsief en meer geïnteresseerd in nieuwe mensen en nieuwe ervaringen;
- psychotische verschijnselen zoals grootheids- en paranoïde wanen (ziekelijke achterdocht);
- in veel gevallen lichamelijke uitputting.
|
|
Wat is een depressie? | |
Kenmerken van een depressie:
- sombere stemming, mat of juist prikkelbaar, iemand kan niet meer genieten;
- vaak interesseverlies en lusteloosheid;
- vaak aandacht- en concentratiestoornissen;
- erg vermoeid, maar slaapt slecht of helemaal niet;
- verminderde of geen eetlust, met als gevolg gewichtsverlies;
- verminderde of geen seksuele gevoelens en behoeften;
- minder zelfvertrouwen en twijfelend;
- geen zin om mensen te ontmoeten met isolatie als gevolg;
- het hebben van doodsgedachten of doodswensen, suïcidaal;
- het hebben van psychotische kenmerken: denken dat je de schuld bent van alle narigheid en dat er nog veel meer narigheid te wachten staat, denken dat je niets waard bent en niets kunt, of het hebben van meer of minder ernstige achterdochtige ideeën.
|
|
Wat zijn de oorzaken? | |
In de meeste gevallen is het niet mogelijk één oorzaak aan te geven van stemmingsstoornissen. Het gaat meestal om een combinatie van biologische, psychologische en sociale factoren.
Biologische oorzaken Uit onderzoek blijkt dat de kwetsbaarheid om een bipolaire stoornis te krijgen voor een deel erfelijk bepaald kan zijn. Onderzoek wijst verder uit dat er bij stemmingsstoornissen sprake is van een verstoord evenwicht tussen stoffen, die nodig zijn voor de werking van de zenuwcellen. Met medicijnen kan dit evenwicht worden hersteld. Tot de biologische oorzaken worden ook de gevolgen van bepaalde lichamelijke ziekten gerekend, zoals een depressie bij een schildklieraandoening, of een depressie als bijwerking van bepaalde medicijnen. Ook bepaalde drugs, zoals amfetamine en cocaïne kunnen een toestand oproepen die op een manie lijkt.
Psychologische oorzaken Hiermee worden de oorzaken bedoeld die samenhangen met iemands psychische draagkracht. Onder andere karaktereigenschappen, de vaardigheid om problemen op te lossen en hulp en steun van de naaste omgeving te kunnen vragen, zijn daarbij van belang, met andere woorden, de manier waarop iemand omgaat met dingen die hij/zij meemaakt in het leven.
Sociale oorzaken Hiermee worden gebeurtenissen bedoeld die, bij een bepaalde gevoeligheid, de aanleiding kunnen vormen tot het ontstaan van een depressieve of manische episode. Het gaat aan de ene kant om negatieve gebeurtenissen die spanningen veroorzaken, zoals relatieproblemen, ziekte of dood van een naaste of spanningen op het werk. Maar soms ook om heel ingrijpende, positieve gebeurtenissen, bijvoorbeeld een verhuizing of het krijgen van een kind.
|
|
Is het erfelijk? | |
Uit onderzoek blijkt dat de kans om een bipolaire stoornis te krijgen voor een deel erfelijk bepaald kan zijn. Naarmate er meer mensen in de familie zijn met een bipolaire stoornis wordt de kans groter dat iemand een bipolaire stoornis ontwikkelt. Als één van beide ouders een bipolaire stoornis heeft, is de kans dat het kind een bipolaire stoornis ontwikkelt ongeveer 10 tot 15%. Je erft eigenlijk de kwetsbaarheid om een bipolaire stoornis te ontwikkelen. Daarnaast zijn ook psychologische en sociale factoren belangrijk voor het ontwikkelen van een bipolaire stoornis. |
|
|
2. Behandeling |
Wat is zelfmanagement? | |
Het hebben van een chronische ziekte heeft veel impact. Als iemand te horen krijgt dat hij een bipolaire stoornis heeft en hoort dat de (hypo)manische en depressieve episodes weer terug kunnen komen dan slaat de schrik om het hart. De ervaring leert dat patiënten met een bipolaire stoornis die er mee leren leven minder last hebben van de stoornis. Ermee leven betekent: bewust zijn van het mogelijk terug keren van een episode, daar alert op zijn en weten wat u kunt doen om het niet erger te laten worden. Dit is het managen van de ziekte, of wel zelfmanagement. Dit kan door het bijhouden van een life-chart of signaleringsplan. |
|
Wat is een life-chart? | |
De life-chartmethode is een boekje waarin het beloop van de bipolaire stoornis op grafische wijze wordt weergegeven. Hierbij worden manische symptomen boven een basislijn genoteerd en depressieve symptomen eronder. De life-chart beschrijft drie gebieden: beloop van de symptomen, levensgebeurtenissen en behandeling (bijvoorbeeld medicatie). Een tegelijkertijd aanwezige stoornis (comorbiditeit) zoals alcoholmisbruik of paniekaanvallen kunnen ook in de life-chart worden weegegeven omdat deze invloed hebben op het beloop van de bipolaire stoornis. De life-chart kan zowel retrospectief als prospectief gebruikt worden.
De retrospectieve life-chart begint in het jaar waarin de eerste ziekteverschijnselen zijn opgetreden er wordt als het ware terug in de tijd gekeken naar symptomen van de bipolaire stoornis. Bij het opstellen van deze life-chart wordt er gebruik gemaakt van alle beschikbare informatie zoals de informatie van de patiënt maar ook informatie van familie, partner en informatie uit eventuele eerdere behandeling. De gegevens worden per maand ingevuld. Er wordt gekeken in welke mate het functioneren werd beperkt door depressieve dan wel manische symptomen. Dit wordt aangegeven op een schaal van: ‘niet’, ‘licht’, ‘matig’ of ‘ernstig’.
De prospectieve life-chart wordt dagelijks door de patiënt ingevuld. De mate waarin depressieve of manische symptomen aanwezig zijn wordt uitgedrukt op een schaal van: ‘niet’, ‘licht’, ‘matig’ of ‘ernstig’, waarbij de categorie ‘matig’ is onderverdeeld in ‘matig laag’ en ‘matig hoog’. Daarnaast beschrijft de patiënt zijn stemming aan de hand van een schaal: van 0 (uiterst depressief) via 50 (neutraal) naar 100 (uiterst manisch). Als er opvallende stemmingsomslagen binnen één dag zijn, wordt dit aangegeven.
Het aantal uren slaap in de voorafgaande nacht wordt bij benadering aangegeven. Ter bevordering van therapietrouw wordt dagelijks genoteerd welke medicatie is ingenomen, daarnaast leveren deze gegevens belangrijke informatie over de medicamenteuze behandeling. Ten slotte worden eventuele belangrijke gebeurtenissen genoteerd. Daarbij wordt aangegeven wat de invloed van deze gebeurtenis is op de stemming: van +4 (uiterst positief) tot –4 (uiterst negatief).
Waarom een life-chart? Het opstellen en bijhouden van een life-chart vergroot het inzicht van de behandelaar en de patiënt in het beloop van de ziekte en het effect van behandeling. Het kan zo onderdeel zijn van een signaleringsplan om vroege signalen van een dreigende (terugval) decompensatie te onderkennen. Ook kunnen beslissingen over de verdere behandeling hierop worden gebaseerd, waarna de effecten van deze behandeling op korte en langere termijn met hetzelfde instrument zichtbaar worden gemaakt. |
|
Wat is een signaleringsplan? | |
Het signaleringsplan is een methode waarmee signalen van een beginnende terugval in kaart worden gebracht. Deze signalen worden ook wel “vroege voortekenen” genoemd. De gedachte is dat wanneer er bij het optreden van deze vroege voortekenen snel en adequaat wordt gehandeld een terugval voorkomen kan worden. Wanneer dit lukt kan een ziekte beter onder controle gehouden worden.
Er bestaat geen standaard signaleringsplan. Iedere patiënt beleeft de ziekte op zijn eigen unieke wijze. Het signaleringsplan is een persoonlijk document zijn dat de eigen situatie zo goed mogelijk beschrijft. Een signaleringsplan is een fasegewijze beschrijving van een aantal symptomen die de ernst van een ziekteproces aangeven en de bijbehorende acties die de ernst van het ziekteproces kunnen verminderen. Een symptoom als bijvoorbeeld ‘een nacht slecht geslapen’ kan een signaal zijn van een naderende depressie of manie. De bijbehorende actie kan zijn om met een vertrouwd iemand gaan praten. Waarschijnlijk zit er iets dwars. Door het eventuele probleem op te lossen stelt dit gerust en kan weer goed geslapen worden. Een andere mogelijkheid om er voor te zorgen dat een volgende nacht beter geslapen wordt is een slaappil te nemen. Een dreigende depressie of manie kan daarmee voorkomen worden. Al dit soort signalen en bijbehorende acties kunnen in het signaleringsplan verwerkt worden. Het kan de ziekte en zijn verschijnselen goed in kaart brengen. Deze methode helpt daarbij. Dit plan kan door de patiënt beschikbaar gesteld worden aan personen die de patiënt daarvan op de hoogte wil stellen. Of anders gezegd mensen die een rol kunnen spelen bij het in stand houden of herstellen van een door de patiënt gekozen evenwicht. Onderzoek heeft uitgewezen dat patiënten die een signaleringsplan hebben actiever omgaan met problemen. Een signaleringsplan wordt gemaakt om beter inzicht te krijgen in vroege voortekenen om daarmee in staat te zijn een nieuwe ziekteperiode te voorkomen. Het geeft controle over de symptomen van de ziekte. Het biedt mogelijkheden om zelfstandiger te functioneren. Het helpt verantwoording te nemen voor de ziekte. Anderen in de omgeving kunnen daardoor eerder gerust gesteld worden dat er tijdig acties worden ondernomen. Naasten zullen beter weten wat ze in periodes wel moeten doen en wat ze vooral niet moeten doen.
|
|
Als ik relatieproblemen heb, kan dat dan ook besproken worden? | |
Relatieproblemen kunnen een grote bron van stress zijn. Dit kan van invloed zijn op iemands stemming en daardoor ook op de bipolaire stoornis. Relatieproblemen behoren daarom zeker tot een onderwerp dat binnen de behandeling besproken kan worden. |
|
Zijn er ook psychologische behandelingen? | |
Er zijn meerdere vormen van psychologische behandeling mogelijk bij een bipolaire stoornis. Zo kan iemands psychische draagkracht van invloed zijn op de bipolaire stoornis. De sterkte van iemands psychische draagkracht wordt onder andere beïnvloed door karaktereigenschappen, de vaardigheid om problemen op te lossen en het hebben van steun van de naaste omgeving. In de psychologische behandeling wordt gewerkt aan het versterken van iemands psychische draagkracht. Daarnaast kan een psychologische behandeling zich richten op acceptatie van de ziekte, het leren omgaan met bepaalde gedachten en gedrag, het weer opbouwen van het leven na een episode of het vergroten van therapietrouw. Veel voorkomende vormen van behandeling zijn cognitieve gedragstherapie (CGT), interpersoonlijk en sociaal ritme therapie (IP/SRT) en psychotherapie. |
|
|
3. Medicijnen en medicijngebruik |
Welke medicijnen moet ik gebruiken? | |
Het middel van eerste keus om de stemming te stabiliseren, depressieve en manische episoden te behandelen en te voorkomen is lithium als lithiumcarbonaat, Priadel of Camcolit. Ook andere middelen worden wel ingezet, zoals valproaat, carbamazepine en lamotrigine (alle drie zijn oorspronkelijk middelen tegen epilepsie, anti-epileptica). Deze worden zowel ter behandeling als ter voorkoming van episodes ingezet. Geen van de middelen doet het in het algemeen zo goed als lithium. Verder worden medicijnen als antipsychotica tegen (manische) psychotische verschijnselen gebruikt, medicijnen voor behandeling van een depressie als lithium onvoldoende werkt en middelen om tot rust te komen of in slaap te vallen, de zogenaamde benzodiazepinen. |
|
Wat zijn de bijwerkingen van de medicijnen? | |
Lithium leidt vaak tot voorbijgaande misselijkheid en diarree, maar ook tot een vaak blijvende tremor (trillende vingers), geheugenproblemen en gewichtstoename. Veel en vaak plassen, een te traag werkende schildklier en acne zijn verder veelal later, maar wel aanhoudende problemen. Langdurig lithiumgebruik wordt wel geassocieerd met een verhoogde kans op achteruitgang van de nierfunctie. Bij carbamazepine treedt nog wel eens misselijkheid en duizeligheid op, huidafwijkingen en haaruitval. Bij valproaat worden milde en voorbijgaande buikklachten gezien, gewichtstoename, loopstoornissen en haaruitval. Bij lamotrigine komt heel soms een ernstige huidafwijking voor die tot stoppen noodzaakt. Middelen tegen een psychose kunnen tot slaperigheid en vervlakking leiden, maar ook tot spierstijfheid en andere bewegingsstoornissen. De moderne, tweede generatie of atypische, antipsychotica kunnen tot gewichtstoename leiden en de kans op hart- en vaatziekten en suikerziekte vergroten. |
|
Moet je je hele leven lang medicijnen slikken? | |
In principe gebruik je levenslang een stemmingsstabilisator als je een bipolaire stoornis hebt. |
|
Is lithium een gevaarlijk medicijn? | |
Nee, alleen als de spiegel in het bloed te hoog wordt. Daarom wordt regelmatig bloed geprikt en de hoeveelheid lithium in het bloed nagekeken. Wanneer de lithiumspiegel langere tijd te hoog is kan er onherstelbare schade van de hersenen ontstaan, het een coma, hartritmestoornissen en overlijden veroorzaken. |
|
Is lithiumgebruik op de lange termijn schadelijk voor de nieren? | |
Langdurig lithiumgebruik wordt wel geassocieerd met een verhoogde kans op achteruitgang van de nierfunctie. Eenmaal daags en op een zo laag mogelijke spiegel doseren en vergiftiging voorkomen zijn belangrijke factoren om het risico op een beschadiging van de nieren te verkleinen. |
|
Welke andere medicijnen helpen bij een bipolaire stoornis? | |
Naast lithium worden ook andere middelen wel ingezet, namelijk valproaat, carbamazepine en lamotrigine (alle drie zijn oorspronkelijk middelen tegen epilepsie, anti-epileptica) zowel ter behandeling van episoden als ter voorkoming van, maar geen van de middelen doet het in het algemeen zo goed als lithium. Verder worden medicijnen als antipsychotica tegen (manische) psychotische verschijnselen gebruikt, medicijnen voor behandeling van een depressie als lithium onvoldoende werkt en middelen om tot rust te komen of in slaap te vallen, de zogenaamde benzodiazepinen. |
|
Ik slik antidepressiva is dat gevaarlijk als ik een bipolaire stoornis heb? | |
Onder een goed ingestelde stemmingsstabilisator, bij voorkeur lithium, is de kans op een manische ontwikkeling klein, maar wel aanwezig. Zonder een stemmingsstabilisator, of dat nu lithium of een ander middel is, is de kans op manische ontregeling groot bij het gebruik van een antidepressivum en een bewezen bipolaire stoornis. |
|
|
4. Aanmelden en second opinion |
Hoe meld ik me aan? | |
Met een verwijzing van uw huisarts of behandelaar (bijvoorbeeld een eerstelijnspsycholoog of psychiater) kunt u zich aanmelden. Stuur uw (korte) verwijsbrief naar onderstaande adresgegevens. Richt uw verwijsbrief aan één van de teams bij u in de buurt. U ontvangt dan zo spoedig mogelijk een uitnodiging.
Team Bipolaire Stoornissen regio Zwolle Grasdorpstraat 6, 8012 EN Zwolle T 038 4693 100 F 038 4693 101
Team Bipolaire Stoornissen regio Deventer Pikeursbaan 3, 7411 GT Deventer T 0570 604 000 F 0570 604 001
Team Bipolaire Stoornissen regio Almelo Hanzelaan 1, 7607 NL Almelo T 0546 542 424 F 0546 542 421
Voor second opinions, kinderwenspoli en specialistische behandeling kunt u terecht bij het Centrum Bipolaire Stoornissen.
Centrum Bipolaire Stoornissen (SCBS) T.a.v. Bart Geerling Hanzelaan 1, 7607 NL Almelo T 0546 542 424 F 0546 542 421 E scbs@dimence.nl |
|
Hoe vraag ik een second opinion aan? | |
Met een verwijzing van uw huisarts of behandelaar kunt u zich aanmelden voor een second opinion. Van belang is dat in de verwijsbrief duidelijk wordt aangegeven wat de vraag is die in de second opinion beantwoord moet worden. Richt uw verwijsbrief aan het Centrum Bipolaire Stoornissen. U ontvangt dan zo spoedig mogelijk een uitnodiging.
Centrum Bipolaire Stoornissen (SCBS) T.a.v. Bart Geerling Hanzelaan 1, 7607 NL Almelo T 0546 542 424 F 0546 542 421 E scbs@dimence.nl
|
|