Onderzoek: De invloed van slaapverstoring tijdens de zwangerschap en rondom de bevalling op het functioneren in de periode na de bevalling bij vrouwen met een bipolaire stoornis of een postpartum psychose in de voorgeschiedenis (sleepregbd). 
 
Hieronder leest u meer over het onderzoek. Bijvoorbeeld wat we met het onderzoek willen bereiken, wat een eventuele deelname voor u zou inhouden en wie kunnen deelnemen aan het onderzoek. Daarnaast vindt u ook meer informatie over de bipolaire stoornis en de postpartum psychose.
 
Wij stellen uw deelname aan het onderzoek erg op prijs. Indien u zich wilt aanmelden, of aanvullende informatie zoekt, neemt u dan contact met ons op:
 
Email:          sleepregbd@dimence.nl
Telefoon:     06 12 96 92 02 (hoofdonderzoeker)
                      0546 542 424 (receptie Dimence)
 

 Sleepregbd

 
 1. Het onderzoek
 expand 1.1 Het onderzoek in het kort

Dit onderzoek richt zich op het functioneren van vrouwen met een bipolaire stoornis of een geschiedenis van postpartum psychose in de periode na de bevalling. Onderzocht wordt of slaapverstoring tijdens de zwangerschap en rondom de bevalling invloed heeft op dit functioneren. Door dit onderzoek krijgen we een beter inzicht in de specifieke rol van slaapverstoring en, meer in het algemeen, in het beloop van de bipolaire stoornis tijdens de zwangerschap en in de postpartum periode. Meer kennis over de invloed van slaapverstoring tijdens zwangerschap en de perinatale periode kan helpen bij het ontwikkelen van richtlijnen voor preventie/behandeling van een postpartum psychose en postpartum depressie bij vrouwen met een verhoogd risico hierop.

Om dit te onderzoeken worden 130 zwangere vrouwen (ouder dan 18, minder dan 12 weken zwanger bij aanvang van het onderzoek) gevolgd tot enkele weken na de zwangerschap. Deze vrouwen wordt gevraagd op verschillende momenten in de zwangerschap enkele vragenlijsten in te vullen, gedurende de gehele zwangerschap een life-chart bij te houden en gedurende in totaal 6 weken een slaaplogboek bij te houden. Deelneemsters blijven hun vertrouwde psychische hulp en medicatie ontvangen. Deelname aan dit onderzoek vormt dan ook geen extra risico voor vrouw en kind. Bij aanvang van het onderzoek wordt u geïnterviewd en worden een aantal vragenlijsten ingevuld. Alle verzamelde gegevens worden gecodeerd verwerkt en zijn dus niet te herleiden tot de individuele deelneemsters. De verzamelde gegevens worden alleen gebruikt voor dit onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten worden wetenschappelijke artikelen en rapporten geschreven.

 

 expand 1.2 Doel van het onderzoek

Het hoofddoel van dit onderzoek is het onderzoeken of slaapverstoring tijdens de zwangerschap en in de periode rondom de bevalling een voorspeller is voor het ontstaan van depressieve, (hypo)manische of psychotische verschijnselen in de periode na de bevalling.

Door dit onderzoek krijgen we een beter inzicht in de specifieke rol van slaapverstoring en, meer in het algemeen, in het beloop van de bipolaire stoornis tijdens de zwangerschap en in de postpartum periode. Meer kennis over de invloed van slaapverstoring tijdens zwangerschap en de perinatale periode kan helpen bij het ontwikkelen van richtlijnen voor preventie/behandeling van een postpartum psychose en postpartum depressie bij vrouwen met een verhoogd risico hierop. Daarnaast kent het onderzoek enkele subdoelen: onderzoeken of psychiatrische symptomen, syndromaal of subsyndromaal, gedurende de zwangerschap, postpartum psychopathologie voorspellen; onderzoeken of het gebruik van psychoactieve medicatie gedurende de zwangerschap en de perinatale periode geassocieerd is met een afname van het risico op postpartum psychopathologie; onderzoeken of overdag bevallen geassocieerd is met een afname van het risico op postpartum psychopathologie. onderzoeken of het gebruik van de Edinburgh Postnatal Depression Scale postpartum psychopathologie voorspelt in een populatie van zwangere vrouwen met een bipolaire stoornis; onderzoeken of slaapverstoring in de vroege zwangerschap subsyndromale stemmingssymptomen of syndromale stemmingssymptomen voorspelt in de latere zwangerschap.

 

 expand 1.3 Wat houdt deelname in?

Deelname aan dit onderzoek verandert niets aan de zorg die u op dit moment ontvangt. Indien u deelneemt blijft u uw vertrouwde psychische hulp en medicatie ontvangen. Deelname aan dit onderzoek vormt dan ook geen extra risico voor u of voor uw kind. Bij aanvang van het onderzoek wordt u geïnterviewd en moet u een aantal vragenlijsten invullen.

Wat houdt deelname in? U wordt gevraagd om op verschillende momenten in uw zwangerschap enkele (digitale) vragenlijsten in te vullen en om gedurende in totaal zes weken een slaaplogboek bij te houden. Een omschrijving van de vragenlijsten en de momenten waarop u wordt gevraagd deze in te vullen vindt u hieronder.
  • QBP-NL (vragenlijst voor bipolaire stoornissen, Nederlandse vertaling): Deze vragenlijst is bedoeld om diverse kenmerken van de bipolaire stoornis en de voorgeschiedenis systematisch vast te leggen. De QBP-NL omvat twee delen: deel A bevat 21 vragen die door uw behandelaar worden ingevuld; deel B bevat 40 vragen die door uzelf, of door uw behandelaar in een interview met u, worden ingevuld. Het invullen gebeurt bij aanvang van uw deelname aan het onderzoek.
  • MINI (mini internationaal neuropsychiatrisch interview, Nederlandse versie): De MINI is een relatief korte, gestructureerde vragenlijst voor As I psychische aandoeningen. In dit onderzoek wordt de vragenlijst gebruikt om te bevestigen dat u een bipolaire stoornis of een geschiedenis van postpartum psychose heeft. De vragenlijst wordt bij aanvang van uw deelname ingevuld door uw behandelaar of de onderzoeker.
  • FAST-NL (functioning assessment short test, Nederlandse vertaling): De FAST-NL is een vragenlijst die is ontworpen om mogelijke problemen in het functioneren te meten bij psychiatrische patiënten, in het bijzonder bipolaire patiënten. De lijst bevat 24 vragen die u bij aanvang van het onderzoek beantwoordt.
  • EPDS-NL (Edinburgh postnatal depression scale, Nederlandse vertaling): De EPDS wordt gebruikt om te screenen op depressie. De vragenlijst bestaat uit 10 vragen die u zelf invult. Deze vragenlijst dient te worden ingevuld bij aanvang van het onderzoek, op de eerste en laatste dag van de 13e week van uw zwangerschap, op de eerste en laatste dag van de 26e week van uw zwangerschap, wekelijks vanaf de 38e week van uw zwangerschap tot en met de 4e week na uw bevalling en in de 12e week na uw bevalling.
  • QIDS-NL (quick inventory of depressive symptomatology, Nederlandse vertaling): De QIDS-NL is een vragenlijst met 16 items die wordt gebruikt om op een snelle manier veranderingen in depressieve symptomen te meten. U vult de vragenlijst in bij aanvang van het onderzoek, op de eerste en laatste dag van de 13e week van uw zwangerschap, op de eerste en laatste dag van de 26e week van uw zwangerschap, wekelijks vanaf de 38e week van uw zwangerschap tot en met de 4e week na uw bevalling en in de 12e week na uw bevalling.
  • ASRM-NL (Altman self-rating mania scale, Nederlandse vertaling): De ASRM-NL is een vragenlijst met 5 items die wordt gebruikt om te screenen naar de aanwezigheid en ernst van manische symptomen. U vult de vragenlijst in bij aanvang van het onderzoek, op de eerste en laatste dag van de 13e week van uw zwangerschap, op de eerste en laatste dag van de 26e week van uw zwangerschap, wekelijks vanaf de 38e week van uw zwangerschap tot en met de 4e week na uw bevalling en in de 12e week na uw bevalling.

 

 expand 1.4 Wie zoeken we voor deelname?

Wij zoeken 130 vrouwen met een bipolaire stoornis, of met een eerder doorgemaakte postpartum psychose die zwanger zijn of willen worden. Indien u ouder bent dan 18, minder dan 12 weken zwanger bent of zwanger wilt worden dan kunt u deelnemen aan dit onderzoek. ​

 expand 1.5 Het onderzoeksteam

 

Het onderzoeksteam bestaat uit drie medewerkers van het Specialistisch Centrum Bipolaire Stoornissen van Dimence. Anja Stevens (psychiater), Thea Daggenvoorden (verplegingswetenschapper) en Rutger Wissink (onderzoeksondersteuner). Daarnaast wordt het onderzoek begeleid door prof. dr. Kupka (VU medisch centrum), prof. dr. Honig (VU medisch centrum), dr. Knoppert-van der Klein (Rivierduinen) en dr. Goossens (Dimence).​

 

 2. Bipolaire stoornis
 expand 2.1 Bipolaire stoornis

De bipolaire stoornis is een stoornis die zich kenmerkt door uitersten in stemming en activiteit. Iemand kan enerzijds uiterst uitbundig en daadkrachtig zijn (de manie) of juist uiterst teruggetrokken en inactief (de depressie). Deze wisselingen kunnen grote gevolgen hebben voor iemand met een bipolaire stoornis, evenals voor zijn of haar omgeving (familie, vrienden of collega’s op het werk). Wisselende stemmingen worden afgewisseld met periodes waarin het relatief rustig is. In de uitersten van de stemming is opname in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg vaak niet te vermijden. De bipolaire stoornis behoort tot de stemmingsstoornissen en komt bij ongeveer 2% van de bevolking voor. 
 
De diagnose bipolaire stoornis is in de klinische praktijk soms moeilijk te stellen. Het komt geregeld voor dat de diagnose pas jaren na het optreden van de eerste verschijnselen wordt gesteld. Bij de bipolaire stoornis wisselen symptomatische perioden (stemmingsepisoden) en symptoomvrije intervallen elkaar af. Stemmingsepisoden kunnen manisch, hypomanisch, depressief of gemengd zijn. De ernst van deze episoden kan variëren van licht, waarbij de afgrenzing met normale opgewektheid en somberheid slechts gradueel is, tot zeer ernstig, waarbij er ook psychotische verschijnselen kunnen optreden. De episoden kunnen jaren uiteenliggen of elkaar zodanig snel opvolgen dat er niet of nauwelijks nog sprake is van een tussenliggend herstel (rapid cycling).
 
De bipolaire stoornis komt in allerlei varianten voor; er wordt wel gesproken van het 'bipolaire spectrum'. Naast de 'klassieke' bipolaire I stoornis (depressie en manie) bestaat de bipolaire II stoornis (depressie met hypomanie) en de cyclothymie (frequent optredende perioden van depressieve en hypomane verschijnselen).​

 expand 2.2 Oorzaken

In de meeste gevallen is het niet mogelijk één oorzaak aan te geven van stemmingsstoornissen. Het gaat meestal om een combinatie van factoren, zoals hieronder omschreven.

  • Individuele kwetsbaarheid: erfelijke factoren spelen een belangrijke rol; zo hebben familieleden van mensen met een bipolaire stoornis vaker een depressie of een bipolaire stoornis. Als één van de ouders een bipolaire stoornis heeft hebben de kinderen 10% tot 20% kans op een bipolaire stoornis.
  • Sociale oorzaken: Met sociale oorzaken worden gebeurtenissen bedoeld die, bij een bepaalde gevoeligheid, de aanleiding kunnen vormen tot het ontstaan van een depressieve of manische episode. Het gaat aan de ene kant om negatieve gebeurtenissen die spanningen veroorzaken, zoals relatieproblemen, ziekte of dood van een naaste of spanningen op het werk, maar ook om, soms heel ingrijpende, positieve gebeurtenissen.
  • Psychische oorzaken: Tot psychische oorzaken worden oorzaken gerekend die samenhangen met iemands psychische draagkracht. Onder andere karaktereigenschappen, de vaardigheid om problemen op te lossen en hulp en steun van de naaste omgeving kunnen vragen, zijn daarbij van belang.

 

 expand 2.3 Behandeling

Een behandeling bestaat uit het geven van voorlichting en psycho-educatie, het geven van medicijnen (farmacotherapie) en gesprekken, waarin van patiënten ook een eigen inbreng wordt verwacht in de vorm van zelfmanagement. In sommige situaties is het zinvol psychotherapie toe te voegen aan de behandeling met medicijnen. Bij zo’n 60% procent van de patiënten hebben behandelingen – met name medicijnen - een gunstig effect. Bovendien kunnen, als een bepaald medicijn niet of onvoldoende werkt, andere medicijnen wel effectief zijn.​

 

 expand 2.4 Bipolaire stoornis en zwangerschap

Zwanger zijn en het krijgen van een kind is voor de meeste vrouwen een vreugdevolle gebeurtenis. Voor vrouwen met een bipolaire stoornis (manisch-depressiviteit) is het hebben van een kinderwens vaak het begin van een zoektocht naar informatie over erfelijkheid, invloed van de zwangerschap op de bipolaire stoornis en wel of geen medicatiegebruik tijdens de zwangerschap. Lang is gedacht dat zwangerschap beschermt tegen het optreden van een manische of depressieve episode. Jammer genoeg blijkt dat niet zo te zijn. De kans op een postpartumpsychose is (zonder preventieve maatregelen) behoorlijk groot.

De voor- en nadelen van het gebruik van medicatie tijdens de zwangerschap moeten goed worden afgewogen. Het gebruik van medicatie kan mogelijk nadelige gevolgen voor het kind hebben, maar het hebben van een manie of depressie kan dit ook. In het algemeen wordt het geven van borstvoeding afgeraden. Om de kans op een postpartumpsychose na de bevalling (fors) te verkleinen wordt vrijwel altijd geadviseerd om preventief medicatie (in het algemeen lithium) te geven. En, het is heel belangrijk dat moeders ’s nachts voldoende rust krijgen; een partner of iemand anders kan wel de fles geven, maar niet de borst. Rust en regelmaat, niet te veel stress en voldoende slaap zijn belangrijk, zeker in de periode na de bevalling. Daarnaast is natuurlijk steun van een ieder in deze periode van belang. Wat heel zinvol is, is om, samen met behandelaar en partner, een noodplan/signaleringsplan  op te stellen voor de periode vóór, tijdens en na de zwangerschap. In dit noodplan wordt beschreven hoe te handelen bij het optreden van een (dreigende) manie of depressie tijdens zwangerschap of in de periode na de bevalling. Ook kun erin gezet worden waar men bevalt en wie wanneer gebeld kan worden. Veel mensen vinden het erg prettig als alles overzichtelijk op één papier staat.​

 

 3. Postpartum psychose
 expand 3.1 Postpartum psychose

Een 'postpartum psychose', ook wel 'kraambedpsychose' genoemd, is een zeldzame en ernstige aandoening die snel na de bevalling ontstaat. Vaak ontstaat een postpartum psychose al binnen 1 week na de bevalling. De kans dat een vrouw tijdens de zwangerschap voor het eerst psychotisch wordt is zeer klein en ongeveer net zo groot als buiten de zwangerschap. De kans dat een vrouw in de eerste maand na de bevalling een psychose krijgt is groter, maar nog steeds klein, namelijk 1 à 2 op de 1.000.​

 expand 3.2 Verschijnselen

De presentatie en de ernst van een postpartum psychose kunnen zeer wisselend zijn, maar in het algemeen nemen de verschijnselen snel toe in ernst en zal vooral de directe omgeving zich zorgen gaan maken. De kraamvrouw heeft zelf vaak niet door dat er iets ernstigs aan de hand is en vindt het meestal niet nodig dat er hulp ingeschakeld wordt.
Vroege verschijnselen van een postpartum psychose kunnen zijn: slaapstoornissen, onrust, prikkelbaarheid, opgewonden of juist somber stemming, verhoogde spraakzaamheid en achterdocht.

Vervolgens, vaak na enige dagen, kunnen daarnaast optreden: verwardheid/een niet te volgen denkpatroon, verschijnselen van manie of ook van depressie, wanen, bijvoorbeeld m.b.t. de zwangerschap, de bevalling, of de baby, hallucinaties, een wisselend bewustzijn, het gevoel het contact met zichzelf en/of de omgeving kwijt te zijn, gedachten aan zelfdoding of de baby iets aan te doen.​

 

 expand 3.3 Oorzaak

Het is nog onduidelijk hoe een postpartum psychose ontstaat. Er is tot nu toe geen duidelijke relatie gevonden tussen bijvoorbeeld omgevingsfactoren of wisselingen in de hormoonhuishouding en het ontstaan van een postpartum psychose. Mogelijk spelen genetische en immunologische factoren een rol.

Vrouwen met een bipolaire stoornis hebben een veel  hogere kans op het ontwikkelen van een psychose na de bevalling. Echter, veel vrouwen die een postpartum psychose doormaken hebben niet eerder psychiatrische klachten gehad. Een postpartum psychose kan dus een eerste uiting zijn van een bipolaire stoornis.
De belangrijkste risicofactoren voor een postpartum psychose zijn:
  • Het eerder doormaken van een postpartum psychose
  • Het zelf hebben van een bipolaire stoornis
  • Het hebben van een bloedverwant met een bipolaire stoornis
  • Het krijgen van een eerste kind.​

 

 expand 3.4 Behandeling

Meestal is een psychiatrische opname aangewezen. Omdat de moeder zelf vaak niet door heeft dat zij ziek is en zij voor zichzelf of haar baby een gevaar kan zijn, zal soms ook een gedwongen opname noodzakelijk zijn.

Als moeder samen met de baby wordt opgenomen kan de band tussen beiden eveneens geobserveerd en geoptimaliseerd worden. Een onderliggende lichamelijke oorzaak van de psychose zal uitgesloten moeten worden middels lichamelijk- en bloedonderzoek. Het herstellen van het slaap-waakritme is van belang. Het geven van borstvoeding is vaak niet mogelijk omdat de psychose een veilige en adequate manier van voeden in de weg kan staan. Bovendien verstoort de nachtelijke verzorging van de baby het slaap-waakritme, waardoor de psychose kan verslechteren. Medicamenteus kan een postpartum psychose behandeld worden met een antipsychotisch medicijn en/of een middel zoals lithium. Een rustgevend medicijn kan daarnaast ook aangewezen zijn.
 
Kans op postpartum psychose na een volgende zwangerschap
Bij vrouwen die eerder een postpartum psychose doormaakten en bij vrouwen die een bipolaire stemmingsstoornis hebben is de kans op een postpartum psychose na een (volgende) zwangerschap groot. Preventieve behandeling met rust, regelmaat en medicatie na de bevalling wordt aangeraden. Met goede behandeling is de kans op herhaling na een volgende zwangerschap klein.​

 

 4. Meer informatie over de bipolaire stoornis en zwangerschap
 expand 4.1 Links