Henri (52)
Henri heeft het syndroom van Asperger, een autismespectrum stoornis, en had in het verleden een alcoholverslaving. “Tijdens mijn studie werkte ik in de horeca. Ik dronk tijdens het werken. Mijn werkgever vond dit goed. Zelf had hij ook een alcoholprobleem. Mijn studie mislukte en ik creëerde schulden. Om niet verder in de financiële problemen te komen had ik soms verschillende banen tegelijk. Ik herkende de verslaving in het begin niet als een probleem. Pas na ongeveer 7 jaar zocht ik hulp. Maar mijn hulpvraag kwam niet over. 3 jaar later koos ik ervoor om mezelf op te laten nemen. In het begin voelde het fantastisch en vrij om niet meer afhankelijk te zijn van alcohol. Maar na een tijdje viel ik weer terug in hetzelfde patroon. Ik verwaarloosde mezelf, mijn huis en mijn 3 katten en ik schaamde me voor de situatie. Als er iemand aan de deur stond deed ik niet open en ik wilde ook geen bezoek. Als ik nuchter was, was dit heel confronterend. Ik wist wel dat het moest veranderen, maar ik bleef drinken om de last weg te drukken.” Henri geeft aan dat hij terugviel in zijn oude patroon doordat hij de nazorg miste. “In de kliniek ging het goed, daar had ik structuur, maar zodra ik weer thuis was, moest ik het helemaal zelf doen. Na mijn derde opname kreeg ik adequate nazorg. Buiten een kortdurende terugval gaat het nu goed. Maar ik ben en ik blijf verslavingsgevoelig.”
“Of er een verband is tussen het syndroom van Asperger en verslaving? Volgens mij heeft het alles te maken met structuur. Vanwege de Asperger heb ik veel behoefte aan vastigheid, voorspelbaarheid en vertrouwde handelingen. Het gebruik van verslavende middelen hoort daar voor mij ook bij. Zelfs als ik geen drang voel om me te verdoven, is er nog wel de gewoonte om te gebruiken op vaste tijden of na bepaalde handelingen. Het is dus niet alleen de verslaving, maar ook de gewoonte.”
“Het heeft lang geduurd voordat ik kon erkennen dat ik verslaafd was. Dat kwam met name omdat een verslaving toch taboe is. Je loopt er niet mee te koop, al is het voor anderen natuurlijk wel merkbaar. Ik compenseerde mijn verslaving door keihard te werken. Daardoor werd ik tot op zekere hoogte geaccepteerd.”