Dimence | Ervaringsverhalen
26-8-2010
 


Anita (43)

“Tot mijn 18e ben ik een gezonde meid geweest. Ik heb een goede jeugd gehad en ik heb de studie tot apothekersassistente afgerond. Op mijn 19e werd ik ziek. ’s Morgens stapte ik gezond op de trein en ’s middags was ik helemaal in de war. Ik hoorde stemmen en zag dingen die er niet waren. In de weken die volgden werd ik thuis verzorgd door mijn moeder. Uiteindelijk ben ik opgenomen op de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis. Een aantal opnames en een paar jaar later werd de diagnose bipolaire stoornis (red.: of manisch depressieve stoornis) gesteld.

Ik heb heel veel gehad aan het dagelijkse bezoek van mijn familie. Mijn moeder, mijn broer en zussen, zwagers, neefjes en nichtjes helpen me nog steeds als ik het moeilijk heb. En dat terwijl ze heel wat van mij te verduren hebben gehad. Wat me ook heeft geholpen is dat ik weer ben gaan tennissen. Mijn teamgenoten weten wat ik heb en ze merken of het goed of minder goed met me gaat. Gezonde vrienden en vriendinnen zijn voor mij heel belangrijk. Met hen praat ik over heel andere dingen zoals werk, kinderen en vakanties. Ook aan het lid worden van een cliëntenraad heb ik enorm veel gehad. Ik heb er bijvoorbeeld geleerd om beter voor mezelf op te komen.

Op een gegeven moment ben ik weer op mezelf gaan wonen. Iets wat ik nooit meer had verwacht! Het ging heel erg goed, mede doordat ik zulke fijne buren heb. Hen heb ik ook van mijn ziekte verteld.

Ik heb geleerd dat, naast de hulp van mijn omgeving, een aantal elementen belangrijk zijn bij herstel. Acceptatie, rouwverwerking en steun van de hulpverlener. Het accepteren van mijn ziekte heeft bij mij jaren geduurd. Ik vind het nog steeds moeilijk dat ik minder kan dan een gezond iemand. Veel van wat ik kon, heb ik achter me moeten laten. Dat is een rouwproces. Nu probeer ik verder te gaan met de dingen die ik nog wél kan. Aan steun van hulpverleners heb ik ook heel veel. Hulpverleners die goed naar me luisteren, mij bepaalde dingen aanleren en als het soms nodig is mij en m’n familie bij elkaar brengt.

Door al deze dingen kan ik de situatie beter aan en hoop ik snel weer actief deel te kunnen nemen aan de maatschappij.”